De avond dat we terugkwamen van de eilandtrip was het valentijn, en berijkte ons ook het slechte nieuws over Benjamin. Toen we uit het internetcafé kwamen en een restaurant gingen zoeken waren we dus volledig uit de stemming. Het was pas toen de dienster ons twee hartvormige aperitiefhapjes voorschotelde dat het ons opviel dat het hele restaurant met valentijndecoratie volhing.
Ik heb misschien wel zin om iets over Benjamin te zeggen maar ik zou eerlijk gezegd niet weten wat. Het zou misschien te melig zijn, of misschien te hard. Ik weet het niet.

Ons nieuwe avontuur begon met een busreis van 2,5 uur naar het dorpje Yunguyo, waar het markt was en we de boodschap hadden meegekregen op zoek te gaan naar het winkeltje van Siñor Asagi, die ons in contact zou brengen met de bewoners van het eiland Anapia. Zij gaan elke zondag op de markt zaken kopen die ze zelf op hun eiland niet kunnen kweken of maken. Enkele uren later zaten we opnieuw voor een tweetal uur op de boot richting Anapia. Opnieuw werden we bij een gastfamilie ondergebracht, deze keer het gezin van Siñora Maria. Weeral was onze kamer heel in orde. We hadden zelfs elektriciteit deze keer, en een douche. Het gezin bestond uit mama Maria, een zoon van 20, een dochter van 17 en een nakomertje van 6, Adriano genaamd. De papa van het gezin, zo vernamen we op een pijnlijk moment, was 4 jaar geleden overleden bij een ongeluk met gas. Adriano was in het begin heel verlegen, maar eens het ijs gebroken was hij met geen stokken meer van bij ons weg te slaan. Echt waar. We hebben het geprobeerd. We moesten hem zelfs onze kamer uitduwen als we even wat privé wouden of even wouden rusten.

De volgende dag stond er een tocht naar een nabijgelegen eiland, Yuspique, op het programma. Inderdaad, weeral de boot in. Wel een typische zeilboot deze keer. En de hevige wind zorgde ervoor dat dit best wel een avontuuur was. Vooral wetende dat er jaarlijks zo´n 30 vissersboten vergaan op het meer en dat men hier de drenkelingen ziet als offer voor de goden, en dus geen poging doet ze te redden. Maar wij zijn dus veilig aan de overkant geraakt, en hebben een mooie wandeling gemaakt op het eiland, waar twee families wonen. Van onze gids kregen we vanalle info over diertjes en bloempjes en geneeskrachtige planten. Er groeit daar werkelijk geen enkele plant die nergens goed voor is. Na afloop van onze wandeling werd voor ons een typische vismaaltijd bereid op het strand. Daarna ging het met de boot terug richting Anapia.

De volgende dag stond er normaal opnieuw een tocht naar Yuspique op het programma, waar we zouden helpen met de bouw van een afsluiting, om de mensen kun akkers tegen de allesetende Vicuña´s te beschermen. Maar het bleek dat we een beetje te vermoeid waren om te werken dus verkozen we ons thuiseiland te gaan verkennen, met als gids Adriano.

´s Avonds hebben we aan de rand van het meer, ver weg van alles behalve de varkentjes op het strand, genoten van een prachtige zonsondergang.

De volgende dag stond onze grensovergang met Bolivia op het programma. Natuurlijk niet na enkele uurtjes op een waggelende boot te hebben doorgebracht. Onze Noorse reisgezellen zijn nogal bang van alles, en dus zeker niet minder van de grensovergang. Opnieuw volledig zonder reden zo bleek, alles verliep naadloos. En iets na de middag stonden we voor de deur van ons hotel in Copacabana. Gelegen op een heuvelflank ietsje buiten het centrum, en met prachtig zicht op de stad en de baai, temidden van een tuin met beelden en hangmatten. De receptionist bood ons eerst nog een kamer van 22 dollar aan, maar na heel wat twijfelen kwam hij toch met een, weliswaar minuscule, kamer voor 8 dollar op de proppen. Spotgoedkoop! Ook het restaurant bleek die avond magnifiek. Daarna nog gezellig een filmpje gekeken in het hotel met onze Noorse vrienden (Maria Full Of Grace, zwaar overschat). Je zal ons zot verklaren, bedenk ik nu net, maar die namiddag zijn we ook nog even met de pedalo´s het meer opgegaan. Dobberend tussen de vakantie-Bolivianen overviel ons een ogenblik het wat-doen-wij-hier gevoel. Zouden we niet stilaan genoeg moeten krijgen van al dat drijven?

Copacabana bleek vooral, mede dankzij ons hotel, een ideale chill-plaats. We hebben er wat lichte inspanningen gedaan, zoals een trektochtje naar een Inca-zonnenklok, en een kruisweg. Ik wist overigens niet dat Jezus zijn kruis zo stijl bergop heeft moeten slepen…

´s Middags hebben we opnieuw heerlijke forel gegeten, deze keer in één van de vele viskraampjes langs het strand. Door enkele agenten werden we ook wegwijs gemaakt in het lokale bierlandschap. ´s Avonds van de zonsondergang genoten vanop een bergtop (4000 meter)


De volgende ochtend opnieuw genoten van het onverbeterlijke ontbijt van ons hotel (zelfs onze Noorse vrienden, normaal bang voor alle voedsel wat niet perfect herkenbaar is, moesten dat toegeven), ons boeltje samengeraapt en afscheid genomen van Copacabana. De bus op naar La Paz. Daar aangekomen bleek alles gesloten en iedereen straalbezopen. De waterbalonnen ontwijkend kwamen we van een bewakingsagent te weten dat het de laatste dag van karnaval is en dat morgen alles weer min of meer normaal zou zijn. We zullen zien…
